49.
Hoort onder hem die brug van dooden kraken,
't Plaveisel, dat hij altijd stijgen doet!
De Sultan, die den schrikbren storm ziet naken,
Ontvlucht dien niet noch wijkt een enklen voet.
Hij slingert, met een grijnslach op de kaken,
't Rapier, en rent den Veldheer in 't gemoet.
Wat worstelaars, uit 's waerelds grenzen, stoten
Hier samen, tot elkanders val besloten!