91.
Terwijl hij dus 't geweld der Turken tartte,
En, onverwrikt, nog immer pal blijft staan,
Al mikt de dood al dichter op zijn harte,
Al schijnt de hoop, schoon niet de kracht, vergaan:
Daar rijst op eens een stofwolk in de verte!
Haar zwangre schoot voert oorlogsdonders aan,
En schiet een glans van wapens voor zich henen
In de oogen der verraste Saracenen.