10.
Ver van de zon, ver van der sterren pracht,
- Ons lichtgebied, dat Cherubs ons benijdden, -
Verstiet Hij ons in eeuwgen middernacht,
Waar de oude glans ons nooit meer zal verblijden!
En voorts - ai mij, met wat ontzetbre kracht
Verdubbelt dit de foltring van mijn lijden! -
Hij schenkt den mensch zijn zalig Hemelrijk,
Den mensch, een worm, gekropen uit het slijk!