51.
Had eerst die taal den fieren held verdroten,
Allengs bedaart het vriendelijk geschil:
En eindlijk, tot een rasch vertrek besloten,
Verklaart hij zich verwonnen, en - zwijgt stil.
Intusschen is een drom van strijdgenooten
Bijééngevloeid, die met hem trekken wil.
Hij dankt hen; wenkt een tweetal oorlogsknapen,
En stijgt te paard, dat stampvoet onder 't wapen.