82.
Het kwade-zelf is nimmer zoo geducht
Als vrees voor 't kwaad. Hoe hangen ieders ooren
Met schuwen blik aan 't allerminst gerucht
Van faablen, uit de onzekerheid geboren!
Daar fluistren duizend stemmen in de lucht:
De ontroerde Stad geeft alle hoop verloren.
Maar schoon 't gevaar gedurig nader spoedt,
't Zijn gruwlen, waar de grijze Vorst op broedt.