32.
Hun koene taal beleedigt hem: hij meent
Zich-zelv' veracht waar zij den dood verachten:
‘Zoo zij 't geloof aan beide dan verleend!
Bereidt de palm, waar beide zoo naar smachten!
't Kamplustig paar blijve in triomf vereend!’ -
De Jongling wordt gekluisterd door de wachten;
Zij binden 't paar aan de eigen staak, maar ach!
Alzóó, dat de een den andere niet zag.