41.
Hij voegt er bij: - ‘Al spieglen iemants trekken
Ons niet altijd zijn ware meening af:
Al weet de mensch zijn plannen te bedekken,
Omdat zijn hart geheim is als het graf:
Toch moesten Godfrieds blikken argwaan wekken;
En denk ik na wat hij te kennen gaf,
Dan ducht ik, dat hij, ver van U te sparen,
U als een boef in ketens wil bewaren!’