34.
Hij had den dood verdiend, en moest den dood
Ook sterven, hij, die zulk een onheil brouwde!
De gruwel, op zich-zelven reeds zoo groot,
Vergrootte door de plaats die hem aanschouwde.
Wee als men den bandiet genade bood!
Wie, die dan nog op Orde en Tucht vertrouwde?
Dan vierde een elk zijn lage wraakzucht bot,
En bliksemde op den Rechterstoel van God!