22.
Hij wil het, ja! en oogst aan allen kant
Slechts roem en eer, voor welverdiend kastijden.
Daar zijn er zelfs - o onuitwischbre schand'! -
Die hem hun raad, hun hulp, hun invloed wijden.
Maar reikt Buljon den trotschen dief de hand,
Die om 't bezit uws eigendoms durft strijden,
Gedoog het niet! 't Màg niet door U gedoogd!
Toon wie gij zijt, en doe wat gij vermoogt!’ -