97.
Maar noch Buljon noch zijn getrouwen zwichten
Voor 't zoet der rust, zoo vuurt de wensch hen aan,
Of eindlijk voor hun smachtende aangezichten
De dageraad ten hemel op mocht gaan,
Die met zijn toorts hen vriendlijk vóór zou lichten
Naar d' eindpaal van hun lange wandelbaan.
Zij heffen 't oog gedurig op, en staren
Of nog geen straal het Oosten op doet klaren.