23.
Hij had gelet op helmsieraad noch wapen:
Nu - kent hij haar.... betooverd blijft hij staan.
Zij dekt op nieuw, zoo goed zij kan, de slapen,
En tart hem uit. Hij poogt den strijd te ontgaan,
Vliegt elders toe, en doet er wonden gapen,
Maar kan zich van haar bijzijn niet ontslaan.
‘Keer om!’ roept ze uit, terwijl ze 't zwaard blijft heffen,
En dreigt, hem met een dubblen dood te treffen.