82.
Zóó spreekt hij, en de ontvlamde Ridderstoet
Drukt jubelend het zegel op zijn reden:
Heel de Orde keurt zijn stout verlangen goed,
En overvalt den Veldheer met gebeden.
- ‘'t Zij!’ zucht Buljon, ‘'k moet zwichten voor dien vloed
Van wenschen, wijs en lang genoeg bestreden!
Doch zoo ge uw wil naar heur verlangen plooit,
Uw raad geschiedt, de mijne wordt hij nooit! ...