66.
Wel smart het haar, dat zij heur hoogste doel
Niet treffen kan, in spijt van al haar pogen:
't Streelt niettemin haar ijdel zelfgevoel,
Zóóvelen reeds in 't stof te zien gebogen.
Nu wenscht ze maar, eer 't vlammend vuur verkoel',
En iemant giss', hoe wreed hij werd bedrogen,
Heur volle buit in zekerheid gebracht,
Daar waar, helaas! een ándre kluister wacht!