57.
Hij doet terstond zijn kopren horen schallen:
Schor dreunt de klank de wijde velden door,
En trilt gelijk een plotsling donderknallen
Drievoudig na in aller hart en oor.
De fiere Christenvorsten stroomen allen
Naar Godfrieds tent. De bode vraagt gehoor,
Roept Tankred op, en noodigt voorts zoovelen
't Verlangen, de eer des tweegevechts te deelen.