40.
Die Ridder in zijn bruinen krijgsdosch, noemt
Noorwegens Vorst zijn broeder. Nooit droeg de aarde
Een trotscher Man: zijn daden zijn beroemd,
Maar derven door zijn hoogmoed half heur waarde.
Aanschouwt gij daar, zoo wit als 't lentgebloemt',
Dat Tweetal, dat, zoo trouw als teêr, zich paarde?
Dat zijn Gildippe en Odoardo, één
Door keuze en lot en zielsvoortreflijkheên!’ -