86.
Terwijl hij peinst, daar vliegt een Ruiter aan,
Met stof bedekt, aêmechtig en verslagen!
Zijn voorhoofd, waar de breede rimpels staan,
Meldt reeds vooraf wat nieuws hij aan zal dragen:
- ‘Heer!’ roept hij uit, ‘straks zult ge uit d' oceaan
De armade van Egypten op zien dagen!
Uit Genua zendt, met zijn heilgebeên,
De ontruste Vlootvoogd Willem mij hier heen!