44.
Maar hoe! een dood gelijk de zijne, is méér
Dan goud en goed en schittrend zegepralen.
Geen Kapitool heeft ooit de krans der eer
Zoo heerlijk om een heldenkruin zien stralen.
De Martlaars zijn gelauwerd door den Heer,
In 't eeuwig licht van 's Hemels Tempelzalen.
Dáár wijzen zij met menig vreugdetraan
In eedlen trots elkaâr hun wonden aan!