90.
De veldheer, die een burchtslot tot aan 't zwerk
Ziet steigeren uit rotsen of moerassen,
Graaft nu met list een gang naar 't vestingwerk:
Zóó zoekt de Graaf den Heiden te verrassen.
Des grijzaards arm is, hoe gespierd en sterk,
Niet tegen 't staal der rusting opgewassen:
Dies baant zijn zwaard met konstig overleg
Zich door de voegsels van 't kuras een weg.