58.
Met weiflend hart en ernstig-vorschend oog,
Blikt Godfried reeds den weidschen kring in 't ronde.
En toch! hoeveel hij zien en denken moog',
Niet één, wien hij ten tweestrijd wenken konde.
Der helden bloem ontbreekt hem: Tankred toog
Wie weet wáárheen? en toeft, o schande en zonde!
Ook Bohemont is verre - en verre week
De ontembre held, voor wien Gernant bezweek.