41.
Een banneling, vervolgd en leêggeplonderd,
Roept U te hulp, en bouwt op U-alleen!
Gij, die vergramd den trotschaart nederdondert,
Heft de onschuld op, door hem in 't stof vertreên.
Niet minder wordt uw lauwerkrans bewonderd,
Al geurt de bloem der deernis er door heen.
Zoo 't groot was, zooveel Machtigen te ontthroonen,
't Is roemrijk ook, mij, Zwakke, op nieuw te kroonen!