38.
't Zijn duizend man, in ijzren wapendosch
Geharnast, en den stormhoed om de slapen.
Hen volgt terstond, op vlammenbrieschend ros,
Een duizendtal, van eigen leest en wapen.
Robert gebiedt dien zwaren legertros
Normandiërs, voor zijn bewind geschapen.
En achter hem, in grijze stofkolom,
Gaan Ademar en Willem met hun drom.