54.
Ook hij verjoeg, waar hij verscheen, de wacht,
Drong met één sprong de palissaden binnen,
Dempte om zich heen met stervenden de gracht,
En baant zijn schaar den weg tot overwinnen.
Zij komt! en 't bloed verft, bij haar menschenslacht,
De tenten rood, die wagglen op haar pinnen!
Klorinde volgt Argant terstond: verwoed
Dat zij de twééde plaats bekleeden moet!