[Voorzang]
1.
Wien wil mijn hart de hulde doen ontfangen
Van 't Lied, bekroond met zooveel lauwerblaân,
Één van die vijf verkoren Heldenzangen
Uit later' tijd, die met geen tijd vergaan,
Die de eeuwen nog doen luistren met verlangen,
Zelfs waar úw naklank ruischt, Meöonsche Zwaan!
Wat Koning neemt, van geestdriftgloed aan 't branden,
Het Lied eens Dichtrenkonings uit mijn handen?