74.
Kom! ga waarheen uws harten lust U leidt!
Waarom zou uw verwinnaar U verfoeien?
Vergat gij dan, met welk een teederheid
Hij menigmaal uw tranen heeft zien vloeien?
Gij-zelf zijt wreed, daar ge U zoo traag bereidt
Om 't dierbaarst hart met balsem te besproeien.
Uw Tankred zijgt zieltogende in elkaâr;
En, valsche, gij - verpleegt zijn moordenaar!?