71.
Ja, dúrfde uw moed wat hij vermág, nog heden
Zaagt gij dat hart, dat zwanger gaat van moord,
Dat broeinest van ontmenschte gruwzaamheden,
Op d' eigen plek in eigen bloed versmoord! ....’
Zóó spreekt hij; en zijn opgewonden reden
Sleept de andren als een dolle maalstroom voort.
‘Te wapen!’ brult hij, en de bloem der knapen
Raast woedend na: ‘Te wapen! Op! Te wapen!’