94.
Hij twijfelt niet, of op den beukelaar
Des Ridders is zijn lemmer stukgevlogen.
Deze, onbewust wat Engel in 't gevaar
Hem bijstond, is door d' eigen waan bedrogen.
Nog pas wordt hij des vijands nood gewaar,
Of twijfel heeft zijn edel hart bewogen,
Onzeker, of bij zulk een voordeel niet
De Ridderplicht den verdren kamp verbiedt.