14.
Alekto volgt een wijl 't onstuimig bent;
Maar.... schijnt weldra ten krijgsheraut herboren;
En tegen 't uur, als aan de hemeltent
Het tweelicht heerscht, en de eerste starren gloren,
Verschijnt zij in Jeruzalem, en wendt
Door 't morrend volk zich tot des konings ooren,
Verhaalt de komst van 't grimmig krijgrental,
Den tijd, en 't sein, waarop het wachten zal.