20.
Maar ziet! op eens, daar gloort een weiflend licht:
Een voorpost wordt gezien bij de aarden wallen.
Neen, Solyman! hoe sluw gij d' aanval richt,
Gij zult den leeuw niet slapende overvallen!
De schildwacht heeft de heirbende in 't gezicht,
En wijkt en doet den luide' allarmkreet schallen:
De voorhoede is ontwaakt - en wijd en zijd
Bereidt men zich, zoo goed men kan, ten strijd!