53.
De keten valt. O heuchlijk eind! te blijder
Na 't droef begin! O welbenijdbre Olind!
Zoo kroont in 't eind de trouw den trouwen strijder,
Zoo leert ze hem hoe liefde liefde wint.
De houtmijt wordt een echtaltaar, de lijder
Een bruidegom, beminnende en bemind!
't Verlies werd winst - Hij wilde met haar sneven:
God wilde 't niet - nu zal zij met hem leven!