17.
Dit zij hun lot: een deel gerake aan 't dwalen,
Van 't kamp gelokt - een deel bezwijk' voor 't zwaard!
Een deel, verblind door Liefdes tooverstralen,
Achte éénen kus meer dan Gods hemel waard!
't Verdeelde heir verbrijzele alle palen
Van orde en tucht! Geen veldheer zij gespaard!
Zoo moog' van al die trotsche heldenscharen
De laatste man ter helle nedervaren! ....’