87.
Waan niet, dat wij de vreê verroekeloozen!
Wij schuwen liefst de bloedige oorlogsbaan.
Een wreedaart moog' van valsche schaamte blozen,
Ik wenschte als vriend uw heer ter zij' te staan.
Maar heeft Judea hem tot voogd gekozen?
Wat gaat dan 't Rijk eens anderen hem aan?
Hij trachte ons niet van vreemden grond te weeren,
En moge in rust zijn eigen staat regeeren!’ -