20.
- ‘O gastvrij bosch!’ roept ze uit, ‘bewaar toch trouw
De erinring van mijn worstelen en strijden!
Opdat, als ooit in uwer blaadren schaaûw
Een Minnende U een enklen blik wil wijden,
Zijn harte bij 't vernemen van mijn rouw,
Ontroeren moog' van innig medelijden,
En zuchte: “o liefde! o noodlot! waarom viel
Zulk loon ten deel aan een zoo teedre ziel?”