38.
Die kreet, die stoot ontsteekt de razernij
Des Heidens: met de beide reuzenhanden
Beurt hij 't rapier, dat zonder medelij'
Den halsberg klooft, de zevendubble randen
Van 't schild doorsnijdt, de ontbloote rechterzij'
Doordringt, en vlijmt in 's grijzaards ingewanden.
Latijn ploft neêr, en reutelt - de open wond
Braakt bloed, en bloed springt gudsende uit zijn mond.