82.
De Min! en niet het wispelturig Lot!
Beslis gij-zelf, wie heeft hier méér vermogen?’ -
Maar Rambout raast: - ‘Gij drijft een laffen spot:
Uw scherts mislukt: uw aanspraak is een logen.
Nooit zullen wij, geroepenen van God,
Een vreemdeling naast de eedle Maagd gedogen!’ -
- ‘En zoo ik nu een plaats wil aan heur zij',’
Herneemt Eustaats, ‘spreek, wie belet het mij?’ -