56.
Zoodra Argant zijn vluggen bode ontwaart,
Daar wenkt, daar hijgt de gruwelijke Heiden:
- ‘Snel heen naar 't kamp! Vraag of mijn hongrig zwaard
Den kruissoldaat nog lang zal moeten beiden!’ -
Nu kan hij niet meer wachten, stijgt te paard,
Laat voor zich uit zijn krijgsgevangen' leiden,
Verlaat de stad, en ijlende in galop
Vliegt hij verwoed de heuvlen af en op.