39.
En Reimont, van den strengen geest der Ouden
Doordrongen, spreekt: - ‘Hij die met zooveel kracht
Den heerschersstaf in handen weet te houden,
Wordt willig door zijn minderen geacht.
Steeds week de Tucht, waar Hoop en Vrees verflaauwden,
Waar loon maar nooit kastijding werd gewacht:
Een goedheid die geen eerbied weet te wekken,
Ziet ras, ontthroond, met schande zich bedekken!’ -