67.
Zij hebben Reinout omgebracht, die slaven!
Hij, Schild der Kerk, ligt ongewroken neêr?
Ja, onbetreurd, verscheurd en onbegraven,
Gegeeseld door een grimmig stormenheir,
Geschonnen door de klaauw van wolf en raven!
De moordenaar - gij kent hem al te zeer:
Gij weet hoe de eer, waar Romens kroost van schittert
Dien Boudewijn, dien Godefried verbittert!