87.
Argant - o hoon! o radeloze woede! -
Heeft vruchteloos zijn trouwen speer gedrild.
Gods Engel nam den Christen in zijn hoede,
En ving den stoot op zijn onbreekbaar schild.
De Heiden bijt zijn lippen stuk ten bloede,
Verwerpt de schacht die in zijn vingren trilt,
Rukt met een vloek het slagzwaard van de zijde,
En tergt op nieuw zijn weêrpartij ten strijde.