42.
Nu volgt elks arm des andren houw, elks voet
Des andren schrede, elks blik des andren oogen:
Zij wisslen steeds van houding, nu verwoed,
Dan kalm; nu vóór-, dan achteruit gevlogen;
Nu treffend waar de slag niet werd vermoed,
En dan weêr zelf door 't zwenkend staal bedrogen:
Zóó worstlen ze en zóó toonen zij aan de aard,
Hoe leeuwenkracht met slangenlist zich paart.