76.
Die voelen zich van een driedubbeld vuur,
Van Woede en Nijd en Liefdesmart, doorblaken:
Zij schelden 't Luk, dat dus, te kwader uur,
De Min heur recht afhandig wist te maken.
En daar de mensch, bedorven van natuur,
Geneigd is naar 't verbodene te haken,
Besluiten velen 't Luk het hoofd te biên,
En te avond stil de Jonkvrouw na te vliên.