14.
Moet ons altaar alom verlaten staan,
Ons standbeeld van zijn voetstuk afgestoten?
Hem biedt men goud en myrrhe en wierook aan?
Hem wordt gebed en lofgezang vergoten?
Hem zullen al de tempels opengaan?
Ons worden zij hoonlachend toegesloten?
Zijn sterke hand zal Plutoos rijksgebied
Zoolang berooven tot Hij 't ledig ziet?