45.
Maar Tankred poogt de gramschap te verzachten,
Die, al te wild, dien trotschen geest doorwoedt:
- ‘'k Weet,’ roept hij uit, ‘uw onbezweken krachten
Is niets te zwaar! Uw hoogverheven moed
Klimt des te meer waar meer gevaren wachten,
Breekt legers door en gaat te wed in bloed.
Maar nimmermeer, dat geve Gods genade,
Ontwaak' hij dús tot onze onheelbre schade!