10.
Gij, elk gelijk in aadlijk heldenbloed,
Ontstrijdt in roem en daden mij de kroone!
Buljon-zelfs wijkt in onbetembren moed
Voor U ter zij', in 't renperk van Bellone.
Gij wordt door mij, gij! als ons Hoofd begroet.
Indien ge althands niet meêtrekt met die Schoone:
Doch weinig zult gij haken naar eene eer,
Te neevlig voor uw schittrend krijgsgeweer!