92.
Hoe weet haar kout, met zoete scherts besprengd,
De zielen en de zinnen te verheugen!
Hoe ze ieders hart geheel ten onder brengt,
Verbijsterd door de liefelijkste leugen!
O wreede Min! het zij ge ons alsem mengt
Of honigzeem, vergiftigd zijn uw teugen!
En niemant weet wat doodelijker zij,
Uw angel, of uw bijtende artsenij!