3.
Mijn Koning! U de weêrgalm van die snaren,
Die zingen van den glorievollen strijd
En dien doorluchten gids der heldenscharen,
Die 't heilig graf des Heeren heeft bevrijd!
Uw ziel heeft sympathie voor krijgsgevaren:
Gij ook hebt U een heilgen kamp gewijd,
Den kamp voor Recht en Waarheid, wier banieren,
Door God verëend, eens heerlijk zegevieren!