44.
Een duizendtal bracht Neêrland bij elkaâr,
Bereid heel de Aard met Robert te braveeren.
Maar grooter nog is Englands legerschaar:
't Zijn schuttren, die den taaien boog hanteeren,
En, opgewiegd in alle krijgsgevaar,
Huns Konings Zoon als Opperheirvoogd eeren.
De grimmige Ieren, die hun makkers zijn,
Verlieten 't woud, nabij de Poolwoestijn.