47.
Hij hoopt vergeefs bij 't regenen der slagen,
Dat eindelijk hun stortvloed ebben zal.
Hoe meesterlijk weet hij de wervelvlagen
Te ontgaan! en straks, hoe lijdzaam staat hij pal!
Maar de andre denkt aan deinzen noch vertragen:
Nu bruist in 't eind ook Tankreds heete gal -
Argant gelijk, met saamgenepen vingren,
Begint hij 't zwaard ontstuimig rond te slingren.