114.
Al wat hem eerst nog twijfelachtig scheen,
Wordt zonneklaar. - ‘Ach, had ik dat geweten!’
Verzucht hij: ‘Ze is in nood, om mij-alléén!
Mij bracht zij hulp! ...’ Al 't andre wordt vergeten:
Hij zoekt in haast zijn wapenen bijeen,
En met één zwenk is hij te paard gezeten:
Hij volgt getrouw het verschgeteekend spoor,
En pijlsnel jaagt zijn ros de vlakte door.