109.
En grijp, waar ginds de dichtste drommen jagen,
Met heel uw macht den linkervleugel aan!’ -
Deez' rukt nu uit, als door den storm gedragen,
En stort zich met wijduitgeplooiden vaan
Op d' Aziaat, die, bleek, van schrik verslagen,
Vergeefs beproeft dien donder te weêrstaan,
Maar wegdeinst, en zijn brekende geleedren
Met zwaard en paard in 't voetzand ziet verneedren.