103.
Snel trekt de Graaf den weêrhaak uit. Nu rooken
De stralen bloeds. - ‘Meineedig slangenzaad!’
Roept Reimont uit, terwijl zijn polsen koken:
‘Is dit wat gij door goeden trouw verstaat?’
De Veldheer, die zijn vriend onafgebroken
In de oogen hield, bespeurt het laag verraad,
En wanend dat de Ridder tot in 't harte
Getroffen is, geeft hij een kreet van smarte.